donderdag 9 december 2010

Zes aanbevelingen voor de toekomst van landelijke expertisecentra cultureel erfgoed en landelijke organisaties volkscultuur

Op 17 november 2011 verzamelden (potentiële) expertisecentra cultureel erfgoed en landelijke organisaties volkscultuur in het Congres- en Erfgoedcentrum Lamot te Mechelen. Vijftien organisaties stelden er hun werking voor aan de hand van zes trefwoorden: missie, doelstellingen, erfgoedgemeenschap, samenwerking, prioriteiten en toekomstperspectief. Dat laatste thema stond centraal op het gesprek na de voorstellingsronde. Aanleiding voor de bijeenkomst was immers de grote onzekerheid die er heerst over de toekomst van sommige van deze organisaties.

In de beleidsbrief die de minister van Cultuur in november indiende bij het Vlaams Parlement, staat te lezen dat zij in 2011 zal beslissen over alle aanvragen voor landelijke expertisecentra cultureel erfgoed en landelijke organisaties voor volkscultuur voor een nieuwe beleidsperiode 2012 tot en met 2016. Zij wil afstemmen “met bestaande expertise in de sector, in de eerste plaats bij het steunpunt en bij de landelijk gesubsidieerde musea, culturele archiefinstellingen en erfgoedbibliotheken. Samenwerking en mogelijke clustering moeten leiden tot een ‘ideaal’ expertisenetwerk waarbij ook efficiëntie en schaalgrootte mee in overweging worden genomen.”

De aanwezige organisaties onderschrijven de noodzaak om te streven naar efficiëntie en schaalvergroting. Dat zal het cultureel-erfgoedveld immers alleen maar ten goede komen. Zij formuleerden meteen aanbevelingen over de manier waarop dit gerealiseerd kan worden.
  1. De minister gaf het steunpunt de opdracht van knooppunt en makelaar. De organisaties vragen dat het steunpunt een stimulerende en ondersteunende rol opneemt in dit proces en dat het daarbij rekening houdt met onderstaande vragen;
  2. De organisaties willen ook zelf oplossingen zoeken die het beste aansluiten bij de noden van hun organisatie. Ze willen dat doen aanvullend en afgestemd op de makelaarsrol van Faro. Daartoe hebben ze wel nood aan een inhoudelijke visie van de bevoegde overheid op de gewenste structuren en schaalgrootte; 
  3. Ze willen daarbij breder kijken dan de sector van (gesubsidieerde) cultureel-erfgoedorganisaties. Voor sommige organisaties zijn synergieën met organisaties uit andere sectoren immers meer aangewezen; 
  4. Het zal voldoende tijd vragen om tot gedegen oplossingen te komen. Zeker voor organisaties met een sterke vrijwilligerswerking is het belangrijk om draagvlak te creëren bij structurele veranderingen. De continuïteit van de expertise van de vrijwilligers moet verzekerd worden. De volgende beleidsperiode zou voor deze organisaties dan ook een overgangsperiode moeten zijn, waarin zij, naast hun gewone werking, een veranderingstraject kunnen opzetten;
  5. Synergieën moeten gezocht worden vanuit win-winsituaties, rekening houdend met de eigenheid van elke partner. Het samengaan van grotere en kleinere organisaties vraagt de nodige zorg en aandacht bij het uittekenen van nieuwe organisatiestructuren;
  6. De minister zou snel haar beleidsvisie op het immaterieel erfgoed bekend moeten maken. Zonder deze visie is het voor vele organisaties moeilijk om zelf initiatief te nemen. Aanvraagdossiers moeten immers gediend worden voor 1 april 2011. Er rest dus weinig tijd.

Aan de bijeenkomst namen volgende organisaties deel:
  1. Academie voor Streekgebonden Gastronomie (ASG)
  2. Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG)
  3. Centrum Vlaamse Architectuurarchieven
  4. Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC)
  5. E-David
  6. Familiekunde Vlaanderen
  7. Federatie van Vlaamse Historische Schuttersgilden
  8. Het Firmament
  9. Heemkunde Vlaanderen
  10. Kant in Vlaanderen (KiV)
  11. Packed
  12. Resonant
  13. Rubenianum
  14. tapis plein
  15. Volkskunde Vlaanderen

De bijeenkomst was een initiatief van het Cultureel-Erfgoedoverleg.

donderdag 14 oktober 2010

Erfgoedorganisaties publiceren opinie over de interne staatshervorming

Zorgen voor het cultureel erfgoed: de interne staatshervorming leidt tot het omgekeerd effect

Net als op federaal niveau, maar dan ver van de camera’s en de politieke commentatoren, bereidt men ook op Vlaams niveau een staatshervorming voor, maar dan wel een interne. Ook hier zijn efficiëntie en responsabilisering de klaarblijkelijk door de economische wereld geïnspireerde ordewoorden. Jammer genoeg zijn strakke principes en economische wetmatigheden niet zomaar overzetbaar op de complexe culturele erfgoedmateries en -gemeenschappen. Cultureel erfgoed vraagt dan ook om een aanpak in verscheidenheid, maar binnen een maatschappelijk gedragen en evenwichtig gestructureerd kader. Op het eerste zicht zeer evidente principes blijken op het terrein moeilijk of haast niet toepasbaar. Onze bekommernis is dat de aangekondigde Vlaamse interne staatshervorming leidt naar een kaalslag en een serieuze aderlating voor het prille cultureel erfgoedbeleid in Vlaanderen.

Waar gaat het om? De Vlaamse minister voor Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur vindt de verschillende overheden (Vlaamse, provinciale en gemeentelijke) weinig efficiënt werken. Hij mist een coherent beleid, stelt vast dat teveel overheden met hetzelfde bezig zijn en dat ze elkaar hinderen met paternalistische en overbodige ambtelijke verplichtingen.

Een eerste fundamentele bedenking betreft dus het principe van efficiënte overheden. Men koestert de illusie dat er momenteel nauwelijks interactie of integratie bestaat tussen de verschillende ‘verkokerde’ bevoegdheden. Daarnaast wil de Vlaamse overheid voorgoed en altijd afrekenen met de voor velen blijkbaar loodzware planlast waarvan de zin in vraag wordt gesteld. Deze plannen moeten worden afgeschaft en geïntegreerd in de, in het nieuwe gemeentedecreet voorziene legislatuurplannen, die aan het begin van elke beleidstermijn aan de gemeenteraden ter goedkeuring worden gepresenteerd. Klinkt perfect plausibel, ware het niet dat – behoudens een aantal uitzonderingen – deze legislatuurplannen vrij licht wegen. Deze legislatuurplannen zijn de producten van een topdown aanpak … mijlenver verwijderd van de communicatieve bottom up werkwijze, zo eigen aan de huidige cultuurplannen en erfgoedconvenants. Daarin staan een door de lokale sector gedragen visie (dus bottom up), beleidsprioriteiten en actiepunten voor de middellange of lange termijn centraal. In ruil voor deze plannen verstrekt de Vlaamse overheid geoormerkte subsidies, geld dus dat niet voor andere doeleinden mag worden gebruikt. Samen met eigen middelen van de gemeente zorgt dit voor de financiering van de sectoren cultuur en erfgoed. De middelen van de Vlaamse overheid mogen enkel voor de beoogde sectoren worden ingezet. De voorbije jaren bewezen de cultuur- en erfgoedsector in de meerderheid van de Vlaamse gemeenten dat ze perfect in staat waren met deze middelen een doelmatig en sterk beleid te voeren. Het Vlaamse beleidskader bood hierbij veeleer een hefboom dan een vervelende voogdij.

Het is meer dan voorspelbaar dat gemeenten zonder geoormerkte Vlaamse subsidies, de kosten voor het huidige cultureel- en erfgoedbeleid niet zelf zullen dragen. Dit gevaar lijkt even reëel als men deze subsidie niet meer oormerkt en gewoon in de globale pot van het Gemeentefonds opneemt. Binnen dat Gemeentefonds zijn de middelen immers vogelvrij. De kans dat ze een veldslag met thema’s zoals openbare werken, onderwijs, kinderopvang,... overleven, lijkt bijzonder klein. Het jonge erfgoedbeleid lijkt dan een vogel voor de kat, zelfs al wordt het volledig opgenomen in de al kwetsbare aandacht voor cultuur, want ook daarbinnen is het dikwijls het kleine broertje. Daarenboven bevat het Vlaamse groenboek de suggestie van een financiële responsabilisering van de lokale besturen. Welke politici zullen de moed opbrengen om de opcentiemen te verhogen om een cultureel erfgoedbeleid op te zetten of te kunnen handhaven?

Met de huidige plannen voor een interne staatshervorming verwijzen de Vlaamse beleidsmakers al hun ooit zo mooie principes naar de prullenmand: geen nood aan participatief beleid, geen waarborgen op een planmatige en transparante aanpak van gevoelige sectoren. Het is eveneens schrijnend dat de Vlaamse overheid bij deze shift in beleid vergeet om het zo hooggeachte middenveld daadwerkelijk te betrekken. Zijn ze het convenant met de Verenigde Verenigingen vergeten?

De huidige cultuur en erfgoedplannen garanderen tegelijkertijd een transparante financiering met geoormerkt geld, een open communicatieve beleidsvoering en de noodzakelijke publieke en politieke aandacht.

Daardoor konden deze sectoren, bij uitstek gedragen door vrijwilligers, zich het voorbije decennium handhaven of uit een relatieve obscuriteit losmaken, verwierven ze structurele en goed georganiseerde ondersteuning, verkregen ze maatschappelijk respect.
Binnen de sector cultureel erfgoed gaven de vrij recent geïntroduceerde erfgoedconvenants volop kansen om een soortgelijke dynamiek te verwerven. Met het nieuwe overkoepelende cultureel erfgoeddecreet en het realiseren van één breed integraal en geïntegreerd cultureel erfgoedveld loopt Vlaanderen internationaal voorop. Instrumenten als de erfgoedcellen en de cultureel erfgoedconvenants zijn internationaal vooruitstrevend. In die mate zelfs dat men vanuit het buitenland geïnteresseerd is in het ‘Vlaamse model’. Erfgoedcellen verzorgden een professionele omkadering en kwaliteitsvolle, eigentijdse acties voor een (her)nieuw(d) publiek. De vele foto- en verhalendatabanken, een groeiend aantal samenwerkingsverbanden van lokale archieven, musea enerfgoedbibliotheken, ook de jaarlijkse Erfgoeddag en de ondersteuning van het verenigingsleven op dat gebied getuigen daar levendig van. Volgens de huidige plannen wordt de steun aan de erfgoedconvenants beperkt tot een experimentele impuls voor twee bestuursperiodes. Dit betekent wellicht de teloorgang van de vernieuwde dynamiek en moeizaam opgebouwde professionaliteit. Hiermee dreigt de coherente samenhang van erfgoedbeleidsvormen doorheen de Vlaamse gemeenten te verdwijnen, terwijl deze eigenlijk nog maar pas hun grote kracht konden bewijzen door het samen en gedeeld opbouwen van expertise en ondersteuningsmodellen over, door en voor de lokale werkingen. Vreemd dat het groenboek het geloof in de werking van het instrument convenant onderschrijft door het in te voeren voor het onroerende erfgoed, maar het tegelijkertijd afbouwt voor het immaterieel en roerend erfgoed.
Het groenboek bedreigt rechtstreeks en fundamenteel wat er de voorbije jaren lokaal werd opgebouwd. Daarbij profileerde het rijke en sterke verenigingsleven zich als een cruciale bondgenoot. Ook erfgoedverenigingen vormen de voorhoede op weg naar meer sociale cohesie. Het zijn pijlers van een ‘warme samenleving’ zoals het in de ondertitel van het lopende Vlaams regeerakkoord luidt. Tegelijkertijd nemen ze, ook op het platteland, een voortrekkersrol voor de toeristische uitstraling en dito economie.

Een soortgelijke verbazing en ook wel verontwaardiging overvallen ons bij de keuze om de provinciale bevoegdheden te beperken tot gewestelijke materies. Daarmee zouden de provinciale initiatieven voor o.a. cultuur en dus ook cultureel erfgoed verschuiven naar de lokale besturen en de Vlaamse overheid. Argument: een efficiëntere overheid. Nochtans zijn de spelers op het terrein van het cultureel erfgoed best tevreden met de bevoegdheidsafbakening in het cultureel erfgoeddecreet van 2008. Dubbele verantwoordelijkheden worden vermeden en expertises gehonoreerd. Wie draagt straks de kosten van de o zo noodzakelijke provinciale museumconsulenten, die overal te lande expertise en deskundigheid brengen in onderbemande musea? Zullen de steden of de Vlaamse overheid bereid zijn de kosten van de regionale musea, of de musea waar de provincies inrichtende macht zijn, over te nemen? Bij het Modemuseum in Antwerpen kunnen we ons daarbij iets voorstellen . Maar wat met het Fotomuseum? En wie neemt het Openluchtmuseum Bokrijk over? Helemaal zorgwekkend wordt het als, bij hoge uitzondering, de provincies in het groenboek toch nog het depotbeleid krijgen toegewezen. Alsof een degelijk depotbeleid los staat van inventariseren, registreren en andere erfgoedpraktijken. Waarschijnlijk beseft de Vlaamse overheid nu reeds de hoge kostprijs van een volwaardig depotbeleid.

De interne Vlaamse staatshervorming vertrekt ongetwijfeld van eerbare principes en eenduidige bestuurlijke modellen. Maar tussen droom en werkelijkheid … . Bovendien biedt de huidige decretale realiteit voor de culturele erfgoedsector een evenwichtig en transparant ontwikkelingskader. De culturele erfgoedsector wil best nog wel eens, een tweede keer in evenveel legislatuurperiodes, haar hele beleidskader heroverwegen. Maar deze goodwill verdwijnt als zo’n aanpak onvermijdelijk een verschraalde sector veroorzaakt. Wij verwachten het tegendeel: een beleidskader dat nieuwe, extra kansen en middelen biedt.



Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG),
Centrum voor Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa)
De erfgoedcellen (met uitzondering van Antwerpen, Noorderkempen, STAM, TERF, Tongeren en Waasland),
Familiekunde Vlaanderen,
Het Firmament,
Forum voor erfgoedverenigingen,
Heemkunde Vlaanderen,
Platform voor de Archivering en Conservering van Audiovisuele Kunsten (Packed),
Resonant,
Sportimonium,
Tapis plein,
Vlaamse Kunstcollectie,
Vlaamse Museumvereniging (VMV),
Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD),
Zilvermuseum Sterckshof

maandag 7 juni 2010

Aanvullingen van het Cultureel-Erfgoedoverleg op de visieteksten van het Cultuurforum

Het Cultureel-Erfgoedoverleg is blij met het initiatief van minister Schauvliege om via het Cultuurforum de Vlaamse cultuursector te laten aansluiten bij het actieplan Vlaanderen in Actie. Het overleg is onder de indruk van het werk dat op korte termijn verzet werd. De visieteksten schetsen een perspectief op lange termijn en daar is nood aan. Vanuit het overleg willen we graag bijdragen aan de discussie die de minister opgestart heeft. We presenteren hieronder dan ook onze aanvullingen op de verschillende visieteksten.

Vooraf vrezen we wel de bedenking, zoals andere organisaties uit de cultuursector, dat het huidige klimaat van besparing een hypotheek legt op het actieplan dat nu uitgetekend wordt.

Algemene bedenkingen
Doorheen de teksten van de verschillende ateliers, zien we vele linken en rode draden. De oefening om tijdens het publieksmoment op 7 juni niet per atelier te werken, maar per cluster van doorbraken, is bijzonder interessant. We hopen dat dit bruikbare resultaten oplevert en dat we als sector ook na die oefening nog feedback kunnen geven.

Duurzaam beleid
 Doorbraak 1 Een open samenleving
Het Cultureel-Erfgoedoverleg ondersteunt de aandacht voor het publieke domein. Er is grote druk van rechthebbenden, vaak grote internationale ondernemingen, en van kapitaalkrachtige beheersvennootschappen, om het auteursrecht uit te breiden ten koste van het publieke domein. De cultuursector alleen is onvoldoende opgewassen tegen deze krachten. De visietekst stelt terecht dat het de opdracht is "van een duurzaam cultuurbeleid het publieke karakter van kunst en cultuur te verankeren en waar nodig af te dwingen."

Participatie en diversiteit
De werktekst ‘diversiteit en participatie’ bevat vele waardevolle ideeën voor de toekomst. De omschrijving van de spanningsvelden en de basisvisie dat diversiteit geen aparte categorie is, maar het wezen en fundament van onze samenleving, onderschrijven we volkomen. Echter, net vanuit die idee, wensen we een aantal aanvullingen en kanttekeningen te maken.

1. Het begrip diversiteit wordt hier in zijn meest ruime zin gehanteerd. Tegelijkertijd stellen we vast dat er juist daardoor toch onduidelijkheid en verwarring in de teksten sluipt: er zijn plaatsen waar men diversiteit gebruikt, maar culturele diversiteit bedoelt.

2. De idee dat een efficiënte en zinvolle aanpak mbt. culturele diversiteit zich moet situeren op alle beleidsdomeinen wordt in de tekst op verschillende plaatsen onderschreven. Wij geloven dat dit idee zeer essentieel is, wellicht zo essentieel dat het eigenlijk een raamkader met overkoepelend beleid op Vlaams niveau behoeft, van waaruit de verschillende beleidsterreinen dan hun visie en acties kunnen ontwikkelen.

3. Wij geven als aandachtspunt mee dat het wenselijk kan zijn om het begrip ‘interculturele competentie’ te lanceren: het geheel van kennis, vaardigheden, waarden en attitudes dat toelaat zich op een comfortabele manier te bewegen én verantwoordelijkheid op te nemen binnen een maatschappij waarin diversiteit de norm is. Vanuit operationeel oogpunt kan het beter zijn een onderscheid te maken tussen 'culturele competentie' en 'interculturele competentie'.

E-cultuur en digitalisering
De tekst van dit atelier is zeer waardevol en genereert veel mogelijkheden voor de toekomst. Een aandachtspunt bij het ontwikkelen van de ambitieuze doorbraken rond ecultuur en digitalisering is dat er voldoende instrumenten en handvaten moeten zijn om iedereen te kunnen meenemen in dit verhaal. Er moet wel voorzien worden in voldoende vorming, ondersteuning en verspreiding van inhoudelijke expertise rond e-cultuur en digitalisering.

Het idee van een platform "waar alle betrokkenen, zowel gebruikers, beheersvennootschappen als rechthebbenden op een evenwichtige manier rond de tafel kunnen zitten", is bijzonder interessant. Het auteursrecht is immers niet aangepast aan het toenemende belang van het digitale in onze samenleving. Dat betekent dat de rechten van de gebruikers onder druk komen te staan, dat het recht op informatie en cultuurparticipatie in het gedrang is en dat het publiek domein ingeperkt dreigt te worden. De cultuursector is echter nauwelijks opgewassen tegen de macht van de rechthebbenden. De overheid moet dan ook voldoende oog hebben voor deze structurele ongelijkheid bij de organisatie van een overlegplatform.

Competentieverwerving en –waardering stimuleren
Doorbraak 2
We stellen voor om volgende actie toe te voegen:

A 2.2 In de erfgoedsector bestaat reeds een breed vrijetijdsnetwerk met vele verenigingen ondersteund door talloze vrijwilligers. Deze organisaties zijn in de dagdagelijkse praktijk al bezig met sectoroverschrijdende samenwerking (roerend/onroerend). De competenties en ervaringen hierin kunnen in 2020 mee zorgen voor een echt integraal en geïntegreerd beleid, gesteun door de Vlaamse Overheid.

A 2.3 Cultureel-erfgoedorganisaties bewaren en beheren het geheugen van onze samenleving. Ze actualiseren het erfgoed, tonen ons hedendaagse manieren om ermee om te gaan en behouden het tezelfdertijd voor toekomstige generaties. Erfgoed houdt ons een spiegel voor, confronteert ons met onze identiteit. Het is zowel 'eigen' als 'vreemd'. Erfgoedorganisaties vormen dan ook een essentieel onderdeel van het netwerk voor cultureel leren. Het gaat dan niet alleen om erfgoededucatie in strikte zin, waar jongeren en volwassenen leren omgaan met erfgoed en het leren waarderen. Erfgoed kan veel breder ingezet worden. In 2020 vormt de erfgoedsector dan ook een sterk netwerk met organisaties voor formeel en informeel leren.

Cultuurmanagement en culturele economie
Doorbraak 5 - mogelijkheden van de derde weg
We stellen voor om punt 5 te herformuleren. Dit punt is immers niet alleen van toepassing op de kunstensector, maar ook op de sector van het cultureel erfgoed. Ons voorstel:
voor intense samenwerkingsprojecten tussen de culturele sector en de bedrijfswereld, bijvoorbeeld onderzoeksprojecten, zouden ook projectsubsidies moeten worden voorzien.

vrijdag 28 mei 2010

Brief aan minister Schauvliege over besparingen

Geachte minister Schauvliege,

Op 27 oktober 2009 organiseerde u een debriefing over de cultuurbegroting voor 2010. Door een besparing op de indexeringsmechanismen moesten gesubsidieerde organisaties tussen de 2% en de 5% inleveren. Op 19 maart 2010 besliste de Vlaamse Regering om geen landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed en geen landelijke organisaties voor volkscultuur te subsidiëren voor de beleidsperiode 2010-2011. Op 11 mei ll. meldde u de cultuursector dat er voor 2010 geen nieuwe projectoproepen worden gelanceerd en dat 'lopende procedures worden afgewerkt binnen de beschikbare budgetten'.

Het is duidelijk dat er bespaard wordt, en voor wie de actualiteit volgt, is dat natuurlijk geen verrassing. Het Cultureel-Erfgoedoverleg is blij dat er bij de laatste begrotingscontrole niet geraakt werd aan de structurele subsidies.
Toch hebben de genomen maatregelen ingrijpende gevolgen.

Projecten zijn bij uitstek een manier om te experimenteren, om nieuwe technieken of nieuwe methodes uit te proberen. Ze stimuleren innovatie binnen de erfgoedsector en genereren aandacht voor erfgoed binnen de samenleving. De noodzaak aan experimenten, innovatie en maatschappelijke integratie wordt onderschreven in verscheidene visieteksten van het cultuurforum, onder meer in die van het atelier duurzaam beleid. Het schrappen van projectsubsidies is begrijpelijk op korte termijn, maar kan op langere termijn de verdere ontwikkeling van de sector cultureel erfgoed beperken.

Projecten zorgen voor tewerkstelling en voor de opbouw van specifieke deskundigheid en expertise. Het cultureel-erfgoedveld dreigt zo op korte termijn opgebouwde expertise te verliezen.
Het Cultureel-Erfgoeddecreet is zeer jong. Het werd, zoals u weet, in 2008 goedgekeurd. De sector van het cultureel erfgoed zit volop in een overgangsfase. Sommige organisaties worden nog gesubsidieerd op basis van oudere decreten, andere hebben de overstap naar het nieuwe decreet recentelijk gemaakt. Enkele organisaties worden nu nog voornamelijk projectmatig ondersteund, terwijl ze een rol zouden kunnen opnemen als expertisecentrum. Het is voor de sector niet duidelijk welke invloed de recente beslissingen zullen hebben in deze overgangsperiode. De vrees leeft dat de besparingen ertoe zullen leiden dat het Cultureel-Erfgoeddecreet niet volledig gerealiseerd zal worden.

Mevrouw de Minister, we vragen u met nadruk om uw collega’s te overtuigen van de bijzondere positie van de sector cultureel erfgoed. Het Vlaamse erfgoedbeleid is nauwelijks 10 jaar oud. Het eerste Ergoeddecreet werd pas in 2004 gestemd. Als minister van Leefmilieu weet u ongetwijfeld dat jonge plantjes kwetsbaar zijn. En cultureel erfgoed is een jong plantje in het Vlaamse cultuurlandschap. We hopen dat we mogen rekenen op uw bijzondere zorg, mocht u genoodzaakt zijn nieuwe besparingsmaatregelen te nemen.

Met vriendelijke groet,

het Cultureel-Erfgoedoverleg