vrijdag 7 oktober 2011

Continuïteit landelijke expertisecentra en organisaties volkscultuur in het gedrang

In een brief aan het kabinet van minister Schauvliege drukken landelijke expertisecentra cultureel-erfgoed en organisaties voor volkscultuur hun bezorgdheid uit over de vertraging die de beslissing omtrent hun erkenning en subsidiëring momenteel oploopt. In het aanhouden van deze onzekere context zullen meerdere organisaties zich de komende weken gedwongen zien ontslagprocedures te starten om financiële catastrofes te vermijden.
"Met het opstarten van onvermijdelijke ontslagprocedures dreigt de cultureel-erfgoedsector nu een belangrijke professionele kern te verliezen. Het gaat hier om tientallen mensen die de voorbije jaren de noodzakelijke erfgoed-expertise ontwikkelden en deelden met het brede publiek, binnen de eigen sector en met actoren uit andere beleidsdomeinen en niveaus. Op diverse publieke fora (waaraan ook de Vlaamse overheid participeerde) werd steeds benadrukt hoe belangrijk het is om deze dragers van expertise aan het werk te houden in het cultureel-erfgoedveld, ongeacht de beslissing omtrent de individuele dossiers… (...) Het cultureel-erfgoeddecreet is nochtans net vanuit de filosofie gegroeid om (netwerken van) expertise te faciliteren die het cultureel-erfgoedwerk konden versterken in haar volle groei…. "
aldus de betrokken organisaties. Ze dringen dan ook aan op een spoedige beslissing en een snelle en duidelijke communicatie.

De brief werd ondertekend door:

Landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed
Cultureel-erfgoeddecreet
  • Het Firmament - Mechelen - figurentheatererfgoed
  • PACKED - Expertisecentrum Digitaal Erfgoed -Brussel - digitalisering
  • Tapis Plein - Brugge - actieve cultureel-erfgoedparticipatie
Decreet houdende de privaatrechtelijke culturele archiefwerking
  • Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) – Antwerpen - Architectuurarchieven
Cultureel-erfgoedorganisaties voor volkscultuur
Cultureel-Erfgoeddecreet

  • Heemkunde Vlaanderen - Mechelen - cultureel-erfgoedgemeenschap heemkunde
  • Volkskunde Vlaanderen - Gent - cultureel-erfgoedgemeenschap volkscultuur

Decreet op de Volkscultuur
  • Kant in Vlaanderen (KiV) - Diest - kant
  • Familiekunde Vlaanderen - Roeselare - familiekunde
  • Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed (SIWE) - Leuven - industriële archeologie, met oog op ETWIE
  • Federatie van Vlaamse Historische Schuttersgilden - Kinrooi - historische schuttersgilden in Vlaandere
  • Instituut voor Vlaamse Volkskunst (IVV) - Lokeren - Zuid-Nederlandse volksdansen, volksmuziek, streekdrachten en vendelen
  • Variaties - Gent - taalvariatie

dinsdag 5 juli 2011

Reactie van het Cultureel-erfgoedoverleg op het nieuwe decreet voor het Vlaamse cultureel-erfgoedbeleid

Het Cultureel-erfgoedoverleg is ernstig bezorgd over de nakende beslissingen omtrent een nieuw cultureel-erfgoeddecreet. In het bijzonder het model van de erfgoedcellen staat momenteel totaal op de helling.

Cultureel-erfgoedconvenants zijn een jong en dynamisch beleidsmiddel dat op korte termijn zijn meerwaarde en zijn bestaansrecht heeft verworven. Daarom is het belangrijk om de continuïteit zo veel mogelijk te behouden. De voorgestelde wijzigingen komen evenwel neer op een fundamentele koerswijziging in het Cultureel-erfgoeddecreet met vergaande gevolgen voor de hele cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen en voor het lokale cultureel-erfgoedveld in het bijzonder.

Het huidige cultureel-erfgoedbeleid deelt een belangrijke rol toe aan netwerken en expertisedeling met het oog op een optimale zorg voor en ontsluiting van het cultureel erfgoed. In de memorie van toelichting van het Cultureel-erfgoeddecreet lezen we dat de ontwikkeling van een netwerk van expertise een “noodzakelijke voorwaarde” is voor de uitbouw van een erfgoedbeleid. Wat verder lezen we bij de integrale erfgoedbenadering ¬- een van de basisprincipes van een hedendaagse erfgoedwerking - dat “deskundigheidsbevordering en kennisdeling door samenwerking binnen een netwerk van cultureel-erfgoedorganisaties en -actoren […] een sleutelbegrip [is]”. Met de huidige piste kan deze netwerklogica echter op geen enkele manier worden gewaarborgd. Lokale besturen die intekenen op de beleidsprioriteiten zien, gezien het huidige ontwerp van planlastdecreet, geen enkele aanmoediging of impuls om samen te werken of zelfs om hun ervaringen en praktijken te delen met andere besturen of organisaties buiten de eigen stad of het intergemeentelijke samenwerkingsverband. Voorliggende piste volgt duidelijk een totaal andere logica dan alle andere subsidielijnen binnen het Cultureel-erfgoeddecreet en staat ook haaks op de grondgedachte van het huidige Vlaamse cultureel-erfgoedbeleid. De vraag stelt zich waar de meerwaarde van deze piste kan liggen voor de cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen.

In de huidige cultureel-erfgoedconvenants is de ondersteuning van lokale erfgoedactoren een volwaardig spoor. Door het cultureel-erfgoedconvenant kan vandaag extra (financiële, logistieke, maar vooral ook inhoudelijke) ondersteuning worden gegeven aan lokale erfgoedorganisaties, bovenop de (structurele) ondersteuning die de betrokken lokale besturen al gaven. Die steun blijkt vandaag vooral een reële meerwaarde te zijn voor de lokale erfgoedverenigingen en de honderden kleinschalige musea, archieven en bewaarbibliotheken die vaak volledig draaien op de inzet van vrijwilligers. Via aparte subsidiereglementen, 1-op-1 begeleiding, vorming en allerhande ontmoetings- en netwerkmomenten hebben de cultureel-erfgoedcellen de voorbije jaren een belangrijke bijdrage geleverd in de verdere professionalisering van dit type van erfgoedorganisaties. Op basis van het complementair erfgoedbeleid zullen lokale besturen hun verantwoordelijkheid in de toekomst wel (blijven) opnemen tegenover de collectiebeherende (en vaak al sterk geprofessionaliseerde) organisaties. Maar de huidige, bijkomende ondersteuningsbepalingen voor erfgoedvrijwilligers dreigen volledig te verdwijnen met als risico een toenemende verwijdering tussen het professionele erfgoedveld en het lokale erfgoedverenigingsleven en, niet in het minst, een verwaarlozing van een belangrijk deel van het lokale erfgoed(veld).
Het systeem van de erfgoedcellen en erfgoedconvenants in de Vlaamse Gemeenschap is internationaal baanbrekend. Enerzijds zorgen zij voor een vernieuwde dynamiek waarvan vele fotobanken en kleinschalige toonmomenten stille maar drukbezochte getuigen zijn. De traditionele verkokering in deelvelden (museale praktijk, archivarische praktijk, volkskundige praktijk) werd succesvol overstegen. Anderzijds werken deze bemiddelaars of erfgoedmakelaars niet geïsoleerd. Ze zijn ook onderling verbonden en maken zo voor Vlaanderen (in de wereld!) een verschil en zorgen voor uitstraling. Vanuit een nauwe samenwerking tussen steden, gemeenten en professionele partners, wordt op lokaal niveau nationale en internationale expertise binnengehaald die op maat ingezet wordt.
Het gaat kortom om een model van synergie dat in alle richtingen – lokaal en Vlaams tot zelf internationaal - meerwaardes genereert.

Het Cultureel-erfgoedoverleg vraagt dan ook met aandrang het behoud van het instrument cultureel-erfgoedconvenant en cultureel-erfgoedcel.

Er is de voorbije jaren zwaar geïnvesteerd, zowel met Vlaams als met lokaal en intergemeentelijk (belastings)geld in de werking van culturele erfgoedcellen en, aldus, in het lokale erfgoedbeleid. Een stringent bestuurlijk denken zet dit nu allemaal op de helling. Voor een kennisregio als Vlaanderen zou het onbegrijpelijk zijn om die succesvolle, pionierende ervaring zomaar aan de kant te schuiven. Des te pijnlijker is dat de grote kwantitatieve en kwalitatieve doorlichting van de erfgoedsector (Project PRISMA), resultaten voorzien voor eind oktober 2011, zelfs geeneens worden afgewacht.

vrijdag 1 april 2011

Standpunt van het Cultureel-Erfgoedoverleg over het Planlastdecreet

Voorontwerp van decreet houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd.

Situering
Op vrijdag 17 december 2010 keurde de Vlaamse Regering dit voorontwerp van decreet goed. Met het decreet hoopt de Vlaamse Regering een antwoord te bieden op de verzuchtingen voor vermindering van sectorale plan- en rapporteringverplichtingen voor de lokale en provinciale besturen. De uiteindelijke doelstelling is uiteraard het verhogen van de efficiëntie en effectiviteit door het toekennen van een grotere autonomie aan de lokale besturen.
De Vlaamse Regering wenst dan ook de plannings- en rapporteringscyclus te vernieuwen waarbij de financiële informatie gekoppeld wordt aan beleidsinformatie. Bovendien is het de bedoeling dat de Vlaamse overheid meer stuurt op hoofdlijnen en de operationele autonomie overdraagt aan de lokale besturen.
Dit voorontwerp van decreet is van toepassing op de subsidieregeling van verschillende sectoren, waaronder het Cultureel-erfgoeddecreet. Het Planlastdecreet kan grote gevolgen hebben voor alvast één aspect van het Cultureel-erfgoeddecreet.

Huidige decretale regeling
De subsidiëring van de cultureel-erfgoedsector wordt momenteel geregeld door het decreet van 23 mei 2008 houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid, afgekort naar cultureel-erfgoeddecreet.

Met dit cultureel-erfgoeddecreet :
  • zet de Vlaamse overheid in op een ééngemaakt en performant steunpunt;
  • kent de Vlaamse overheid een kwaliteitslabel toe aan musea, culturele archiefinstellingen en erfgoedbibliotheken;
  • neemt de Vlaamse overheid verantwoordelijkheid op voor cultureel-erfgoedorganisaties die een rol spelen voor gans Vlaanderen en een internationale reflex hebben (~complementair beleid). Op basis van dat complementair beleid kunnen volgende organisaties een werkingssubsidie aanvragen bij de Vlaamse overheid:
    • musea ingedeeld bij het Vlaamse niveau;
    • culturele archiefinstellingen ingedeeld bij het Vlaamse niveau;
    • landelijke cultureel-erfgoedorganisaties voor volkscultuur;
    • landelijke expertisecentra voor cultureel erfgoed;
    • Archiefbank Vlaanderen;
    • de Vlaamse Erfgoedbibliotheek;
    • samenwerkingsverbanden met het oog op de versterking van de internationale profilering van kunstcollecties;
    • landelijke periodieke cultureel-erfgoedpublicaties.
  • ondersteunt de Vlaamse overheid het lokale cultureel-erfgoedbeleid door het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants met gemeenten, een intergemeentelijk samenwerkingsverband en met de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
  • ondersteunt de Vlaamse overheid het provinciale cultureel-erfgoedbeleid door het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants;
  • subsidieert de Vlaamse overheid cultureel-erfgoedprojecten en eenmalige publicaties met een landelijke relevantie;
  • subsidieert de Vlaamse overheid internationale cultureel-erfgoedprojecten.
Duidelijkheid over de interne staatshervormingHet Cultureel-Erfgoedoverleg vraagt zich af waarom het cultureel-erfgoeddecreet opgenomen is in het planlastdecreet. Het planlastdecreet heeft immers alleen impact op de stedelijke en de provinciale culturele erfgoedconvenants. Alle andere regelingen in het cultureel-erfgoeddecreet, zoals de toekenning van kwaliteitslabels, hebben geen rechtstreekse subsidiëring tot gevolg of gaan om louter Vlaamse beleidsaangelegenheden.
Daarnaast is het niet eens duidelijk of de stedelijke en provinciale erfgoedconvenants, zoals die nu in het cultureel-erfgoeddecreet worden vermeld, blijven bestaan. Het ontwerpdecreet planlastvermindering past binnen het breder kader van het groenboek interne staatshervorming. Binnen deze beleidscontext krijgen de stedelijke cultureel-erfgoedconvenants een tijdelijk karakter met impulssubsidie toegedicht. Ook van de provinciale convenants, die de subsidiëring van het provinciale erfgoedbeleid regelen, blijft niet veel over. Alleen het provinciale depotbeleid blijft integraal behouden. Met andere woorden, de meeste domeinen in het erfgoeddecreet (stedelijke en provinciale erfgoedconvenants) waarop het planlastdecreet van toepassing is, worden door voorstellen binnen het eigen beleidskader (interne staatshervorming) onderuit gehaald.
Het is dan ook noodzakelijk om eerst duidelijkheid te scheppen over de impact van het witboek interne staatshervorming, vooraleer er maatregelen genomen worden die ingrijpen op de bestaande sectorale regelgeving. Indien de voorstellen in het groenboek van kracht worden, heeft het planlastdecreet immers totaal geen impact meer op het erfgoeddecreet. Het decreet planlastvermindering is een voorafname op beslissingen die nog genomen moeten worden.

Over planlast, planlust en planchaosHet is zeker positief dat het planlastdecreet zorgt voor uniformisering van de financiële en beleidsmatige processen. Alleen zo is benchmarking tussen de verschillende gemeenten en steden mogelijk. Het is ook nodig dat de rapportering voor de subsidiestromen uniformer wordt op het vlak van looptijd, beleidsplanning, controle en voortgangsbewaking (cfr. Memorie van toelichting planlastdecreet verwijzing naar bestuursakkoord 25/04/03). Om de planlast te verminderen, zijn goede afspraken nodig over de uniformisering van bewijslast.
Voor de cultureel-erfgoedconvenants werkt het planlastdecreet echter een planchaos in de hand. Eénzelfde instrument krijgt drie verschillende planregelingen. De stedelijke convenants worden opgenomen in het gecentraliseerde lokale beleidsplan. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zullen (hopelijk) in elke stad of gemeente in het lokale plan voorkomen en daarnaast een sectoraal beleidsplan voor het samenwerkingsverband uittekenen. Als laatste is er het cultureel-erfgoedconvenant met de VGC die een geheel eigen planning en timing kent.
Het Cultureel-Erfgoedoverleg onderschrijft het advies van de SARC dat er naast planlast ook planlust bestaat. De huidige reglementering voorziet inspraak van de stakeholders in het beleidsplan door een ver doorgedreven omgevingsanalyse. Het planlastdecreet dat nu op tafel ligt, suggereert weliswaar inspraak maar de vraag is hoe een lokaal bestuur deze specifieke inspraak zonder sectorale beleidsplanning kan garanderen. Hoe moet de inspraak van de lokale erfgoedpartners en alle andere partners en beleidsdomeinen die betrokken zijn bij een cultureelerfgoedbeleid gerealiseerd worden?

Personeelsbeleid, professionalisering en sectorale subsidies
Het cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008 en het museumdecreet 1996 en het decreet op de volkscultuur van 1998 daarvoor zorgden voor een sterke professionalisering van de erfgoedsector. Bij de erfgoedcellen alleen werken er op dit moment 50 à 60 professionelen aan een lokaal, een Vlaams of zelfs een internationaal erfgoedbeleid. Om een gedegen erfgoedbeleid te voeren dat niet alleen gericht is op de eigen stad of gemeente, maar inzet op expertise- en kennisuitwisseling, innovatie, digitalisering en de professionalisering van de volledige sector (van vrijwilligersverenigingen tot gemeentelijke en stedelijke instellingen) zijn er professionelen nodig die zorgen voor netwerking en synergie. Het Cultureel-Erfgoedoverleg vreest dat lokale besturen de personeelsformaties in geval van de invoering van het planlastdecreet de huidige erfgoedwerking zullen uithollen of anders invullen waardoor de opgebouwde expertise en het Vlaamse netwerk verloren gaan. Een verplichte basisvoorziening op vlak van personeel én een kwalitatief beleid dat verder gaat dan de eigen kerktoren, moeten gegarandeerd blijven.
Om die redenen sluit het Cultureel-Erfgoedoverleg zich aan bij het advies van de SARC om sectorale subsidiestromen te blijven voorzien als beleidsinstrument voor cultuur, jeugd, sport en erfgoed.